phone 0476 298587

Informatie

Alle informatie die nodig is om je activiteiten op te starten of te optimaliseren

Ik ben starter

Sociaal secretariaatkeyboard_arrow_down

  • Als zelfstandige sta je zelf in om je sociale zekerheid te regelen (RSZ,...). Je dient je hiervoor aan te melden bij een sociaal secretariaat, bvb: Liantis.
  • Een sociaal secretariaat informeert je over de verschillende statuten (werkend student, zelfstandig in bijberoep, zelfstandig in hoofdberoep,...)
  • Je sociaal secretariaat regelt je inschrijving als zelfstandige 
  • Zet je eerste stap als zelfstandige en contacteer Liantis!

 

Boekhoudingkeyboard_arrow_down

  • We raden je aan om als starter ten rade te gaan bij een boekhouder. 
  • Het eerste advies is ook gratis.
  • Boekhouders gaan samen met jou de situatie inschatten en raad geven in welk statuut je best kan starten.
  • Samen met jou bekijken ze de kostprijs van een simpele boekhouding (éénmanszaak) of dubbele boekhouding (vennootschap).
  • Zoek best een boekhouder in je buurt of via rechtstreekse doorverwijzing. 

Inschrijving in KBOkeyboard_arrow_down

  • Als zelfstandige moet je ingeschreven staan in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
  • Een boekhouder doet dit voor jou.
  • Vanaf je bent ingeschreven in het KBO ontvang je een uniek ondernemingsnummer.
  • Het ondernemingsnummer is jouw zakelijk identificatie nummer.

Statuten

Wat is het verschil tussen zelfstandig in hoofdberoep of in bijberoep?keyboard_arrow_down

Goed om weten: De tijd die je als bijberoeper aan je zelfstandige activiteit besteedt of het inkomen dat je er uit haalt, speelt op zich geen rol. Je kan gerust meer verdienen met je zelfstandig bijberoep dan met je activiteit als loontrekkende.

Er zijn ook een aantal verschillen naargelang je je activiteit uitoefent in hoofdberoep, bijberoep, als meewerkende echtgenoot of als gepensioneerde.

Als de zelfstandige activiteit je voornaamste of enige bezigheid is, dan ben je zelfstandig in hoofdberoep.

Als je naast je zelfstandige activiteit loontrekkende of ambtenaar bent, kan je eventueel aansluiten als zelfstandige in bijberoep, indien voldaan is aan een voorwaarde met betrekking tot de duur van de geleverde prestaties.

  • Als loontrekkende volstaan prestaties van minstens 235 uur op kwartaalbasis (berekend in een 38-uren week), gepresteerd binnen een contract met minstens een halftijdse tewerkstelling. Er moet ook een arbeidscontract zijn op het begin en het einde van elk kwartaal.
  • Voor een activiteit als ambtenaar volstaat ditzelfde uurrooster gepresteerd gedurende minstens 200 dagen of 8 maanden per jaar.
  • Als contractueel lesgever volstaat een prestatie van 235 uur op kwartaalbasis (berekend in een 38-uren week), rekening houdend de uitgestelde bezoldiging tijdens de zomervakantie en vakantiedagen. Vraag steeds een werkloosheidsuitkering aan. Periodes waarin u werkloosheidsuitkeringen genoot tellen mee voor de 235 uur, net zoals periodes waarin de uitkering geweigerd werd omwille van de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit.
  • Voor de vast benoemde lesgever geldt daarentegen een criterium van 6/10devan een volledig uurrooster, er moeten minstens prestaties van 282 uur op kwartaalbasis (berekend in een 38-uren week) gepresteerd worden en minstens 8 maanden of 200 dagen tewerkstelling op jaarbasis.

Werkt men niet in een 38-uren week, dan kan het vereiste aantal gepresteerde uren per kwartaal volgens de regel van drie berekend worden.

Je zal ook als zelfstandige in bijberoep beschouwd worden wanneer je naast je zelfstandige activiteit je pensioenrechten als loontrekkende vrijwaart.

Het effect van hoofd- of bijberoep op je bijdragen is dat je, als hoofdberoep, geacht wordt minstens een bepaald inkomen te hebben. Ook als je in feite minder verdient, wordt je bijdrage toch op dit bedrag berekend. Je betaalt dan ook steeds minstens de minimumbijdrage.

Voor zelfstandigen in bijberoep gelden dezelfde percentages, maar dan pas vanaf een bepaald inkomen. Verdien je minder, dan hoef je geen bijdragen te betalen. Indien je bijdrage als zelfstandige in bijberoep minstens even hoog is als de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep, dan bekom je eigenlijk vanuit je bijberoep dezelfde sociale rechten als een hoofdzelfstandige. Dit is in feite enkel voordelig voor extra pensioenuitkeringen, in die mate dat een onvolledige loopbaan hiermee kan aangevuld worden. De meeste andere sociale rechten geniet je immers vanuit je loontrekkende activiteit.

Bereken je sociale bijdragen 

Naast het meest voorkomende onderscheid tussen hoofd- of bijberoep, zijn er ook nog enkele uitzonderingscategorieën zoals de meewerkende echtgenoten, de gepensioneerden, en de zelfstandigen in hoofdberoep met gelijkstelling met bijberoep.

Tenslotte moet bij de wettelijke bijdrage een bedrag toegevoegd worden voor de beheerskosten van het sociaal verzekeringsfonds. Deze beheersbijdragen worden berekend als percentages op de sociale bijdragen.

Bron: Unizo

Zelfstandige in hoofdberoepkeyboard_arrow_down

Een zelfstandige oefent een winstgevende beroepsactiviteit uit zonder daarbij aan een werkgever te zijn verbonden met een arbeidsovereenkomst. De zelfstandige is dus in zekere mate zijn eigen 'baas'.

De zelfstandige wordt ook op het vlak van sociale zekerheid als zelfstandig beschouwd. In tegenstelling tot loontrekkenden van de privésector of de openbare sector, moet hij zich dus aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds en sociale bijdragen betalen. Hij moet zich bovendien inschrijven bij een ziekenfonds.

Naast deze verplichtingen hebt u als zelfstandige ook bepaalde rechten op het vlak van gezinsbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering, moederschapsverzekering, pensioen en overbruggingsrecht.

Bron: Belgium.be

Zelfstandig in bijberoepkeyboard_arrow_down

U kunt zelfstandige zijn in hoofdberoep of in bijberoep.

  • In hoofdberoep betekent dat uw zelfstandige activiteit uw belangrijkste bezigheid is. U hebt geen arbeidsovereenkomst met een werkgever. U bent dus geen werknemer die in loondienst voor een baas werkt.
  • In bijberoep betekent dat u boven op uw werk in loondienst ook een zelfstandige activiteit uitoefent. U hebt dus als werknemer een arbeidsovereenkomst met een werkgever, maar daarnaast werkt u ook nog voor eigen rekening, bijvoorbeeld na de werkuren of in het weekend.
Voorwaarden

U kunt alleen zelfstandige in bijberoep zijn in de volgende gevallen:

u werkt naast uw zelfstandige activiteit ook nog als werknemer in loondienst voor een werkgever.

Als arbeider of bediende werkt u minstens de helft van het aantal uren van een voltijdse presteren. Hoeveel uren dat is, kunt u opzoeken in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) die is afgesloten voor uw bedrijf of, als er geen cao is, in het paritair comité voor uw sector.

Als ambtenaar werkt u ten minste de helft van het aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking. Een voltijdse betrekking loopt over ten minste 8 maanden of 200 dagen per jaar. Mogelijk hebt u als ambtenaar ook de toestemming van uw werkgever nodig. U doet er dus goed aan dat tijdig na te vragen.
Als u in het onderwijs staat en een vaste benoeming hebt, werkt u minstens 6/10 van een volledig uurrooster. Als contractueel werkt u minstens halftijds (minstens 5/10 van een volledig uurrooster).

Als u niet aan aan die voorwaarde voldoet, kunt u niet als zelfstandige in bijberoep werken. In dat geval bent u verplicht als zelfstandige in hoofdberoep te werken

U wordt wél als zelfstandige in bijberoep beschouwd als u:

  • naast uw zelfstandige activiteit niet in loonverband werkt, maar toch recht op een rust- of invaliditeitspensioen opbouwt, bijvoorbeeld via

    • tijdskrediet: onder bepaalde voorwaarden kunt u gedurende 12 maanden een zelfstandige activiteit cumuleren met de uitkeringen voor voltijds tijdskrediet. Neem voor meer informatie contact op met de RVA.

    • Vlaams zorgkrediet: op voorwaarde dat u die zelfstandige activiteit bij de start van het Vlaams zorgkrediet al minstens 3 maanden uitoefent en dat u voltijds onderbreekt. In dat geval kunt u uw uitkering maximaal 12 maanden lang cumuleren met uw zelfstandige activiteit.

  • naast de inkomsten uit uw zelfstandige activiteit ook een uitkering krijgt in het raam van de sociale zekerheid, zoals een werkloosheidsuitkering (weliswaar onder strikte voorwaarden).

Administratieve formaliteiten

De zelfstandige activiteit in bijberoep is geen apart sociaal statuut. Als u zelfstandige in bijberoep wilt worden, moet u dezelfde formaliteiten vervullen als de zelfstandige in hoofdberoep.

Als zelfstandige in bijberoep betaalt u ook, net als de zelfstandige in hoofdberoep, sociale bijdragenen bent u aangesloten bij een socialeverzekeringsfonds. Voor de berekening van de bijdragen voor een zelfstandige in bijberoep kijkt men in principe naar het netto-inkomen van drie jaar tevoren. Aangezien men voor een beginnende zelfstandige geen drie jaar terug kan gaan, mag u in die aanloopperiode een voorlopige bijdrage betalen. Dat mag de ‘forfaitaire minimumbijdrage’ zijn, maar het mag, als voorzorgsmaatregel, ook meer zijn. Achteraf, als uw werkelijke inkomsten bekend zijn, wordt de voorlopige bijdrage aangepast en zult u de definitieve bijdrage aangerekend worden.
 

Voor- en nadelen

Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan interessant zijn, maar u moet de voordelen en de nadelen goed inschatten en tegenover elkaar afwegen.

Voordelen:

  • U verdient een extra inkomen.
  • U behoudt de socialezekerheidsrechten die voorvloeien uit uw activiteit als loontrekkende of ambtenaar.
  • De uitgaven die u maakt in het kader van uw bijberoep, kunt u als beroepskosten aftrekken.
  • Als u btw-plichtig bent en geen vrijstelling van btw-verplichtingen geniet, kunt u de btw terugvorderen die u betaalt op uw uitgaven in het kader van uw bijberoep.
  • Het statuut in bijberoep kan een ideale springplank zijn voor wie zelfstandige in hoofdberoep wil worden maar nog niet meteen de stap wil of kan zetten.

Nadelen:

  • U bouwt geen (extra) sociale rechten op. De sociale bijdragen die u betaalt, zijn louter solidariteitsbijdragen. U hebt dus geen recht op (extra) uitkeringen binnen de sociale zekerheid van de zelfstandigen (gezinsbijslag, pensioen, faillissementsverzekering, ...).
  • U wordt zwaarder belast. De inkomsten uit uw nevenactiviteit komen boven op uw andere inkomsten, waardoor ze in een hogere belastingschijf terecht kunnen komen.
  • Uw zelfstandige activiteit kan veel tijd en inspanningen van u eisen, wat uw privéleven of uw beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar niet in het gedrang mag brengen.

 

Fiscale verplichtingen
  • btw: Zelfstandigen in bijberoep die onderworpen zijn aan de btw-reglementering, moeten ook een btw-aangifte doen en btw-bijdragen betalen. Maar als uw inkomsten onder 25.000 euro blijven, dan kunt u een vrijstelling van btw-verplichtingen vragen. U hoeft dan geen btw-aangifte te doen en ook geen btw aan te rekenen op uitgaande facturen. U mag dan ook geen btw recupereren van de inkomende facturen. Meer informatie over de btw-vrijstellingsregel(externe website) vindt u op de website van de FOD Financiën.
  • belastingen: de inkomsten uit uw nevenactiviteit komen boven op uw andere inkomsten, waardoor ze in een hogere belastingschijf terecht kunnen komen. Zoals elke zelfstandige moet u ook trimestriële voorafbetalingen doen, al naargelang het inkomen uit uw bijberoep, om zo belastingvermeerderingen te vermijden.

 

Boekhoudkundige verplichtingen

Voor een activiteit in bijberoep hebt u, zoals alle zelfstandigen, boekhoudkundige verplichtingen. Die variëren volgens de omzet en de juridische vorm die u hebt gekozen voor uw activiteit. Voor vennootschappen zijn de regels strikter, voor detailhandelaars en kleine ondernemingen bestaan er vereenvoudigde regels.

 

Uw bijberoep stopzetten

Als uw zelfstandig bijberoep niet het gewenste resultaat oplevert, dan kunt u beslissen uw statuut als zelfstandige in bijberoep stop te zetten. Het RSVZ kan uw fonds de toestemming geven uw sociale bijdragen helemaal of gedeeltelijk terug te betalen als:

  • uw bijberoep maar beperkte inkomsten opleverde
  • u uw bijberoep binnen een jaar hebt stopgezet
  • u daarvoor een aanvraag indient bij uw socialeverzekeringsfonds.

Bron: Vlaanderen.be

Zelfstandig studentkeyboard_arrow_down

Kan je een zelfstandige activiteit starten als student?

Er bestaat voortaan een specifiek statuut voor student-ondernemers of student-zelfstandigen. Jongeren die hun studies combineren met ondernemen, kunnen daardoor fiscaal ten laste blijven van hun ouders. Het moet gaan om student-ondernemers tussen de 18 en 25 jaar die ingeschreven zijn voor lessen in een onderwijsinstelling om een diploma te behalen dat erkend wordt door de bevoegde instantie.

Het statuut voorziet een gunstig stelsel van bijdragen betreffende het sociaal statuut van zelfstandigen. De vroegere gelijkstelling van een student met een zelfstandige in bijberoep bestaat niet meer.

Wie komt in aanmerking voor het statuut van student-zelfstandige?
  • je bent tussen 18 en 25 jaar oud.
  • je volgt studies in een onderwijsinstelling en wordt eventueel zelfs begeleid door jouw school bij een ondernemingsproject.
  • je bent ingeschreven voor minstens 27 studiepunten (ECTS) of voor 17 lesuren per week in een onderwijsinstelling in België of in het buitenland, met het oog op het bekomen van een diploma dat erkend is door de bevoegde overheden.
  • je volgt regelmatig de lessen (voor ten minste 27 studiepunten/17 lesuren) en kan dit aantonen aan de hand van een attest opgesteld door je school. Indien jouw school je dit niet kan bezorgen, kan je een attest voorleggen waarin bevestigd wordt dat je hebt deelgenomen aan de examens (voor ten minste 27 studiepunten/17 lesuren). Is dat niet het geval, dan riskeer je het statuut van student-zelfstandige te verliezen. Je wordt dan beschouwd als zelfstandige in hoofdberoep en je zal een bijdrage moeten betalen die ongeveer €700 per kwartaal bedraagt. Je contacteert ons dus best onmiddellijk als je geen regelmatige student meer bent.
  • Je oefent een zelfstandige activiteit uit of bent van plan er een uit te oefenen (je werkt dus niet onder het gezag van een werkgever).

Wil je je inschrijven als student-zelfstandige? Contacteer dan Liantis sociaal verzekeringsfonds. 

Wat met kinderbijslag van de student-zelfstandige?

Een student-zelfstandige moet zich aan bepaalde regels houden als hij of zij het recht op kinderbijslag niet wil verliezen. Die regels zijn afhankelijk van de norm waaronder de student valt.

240-urennorm
Een voltijdse student die als zelfstandige werkt, of iemand die als zelfstandige werkt naast zijn stage in het kader van de ondernemersopleiding, mag maximum 240 uur presteren per kwartaal. Om te bepalen of een student-zelfstandige, die onder bovenstaande categorie valt, recht heeft op kinderbijslag, maakt uw kinderbijslagfonds volgend onderscheid:

  • Als het inkomen van de student-zelfstandige in 2017 lager ligt dan € 6.648,12, vermoedt het kinderbijslagfonds dat de 240 uren niet overschreden werden. Wanneer de kruispuntbank uw fonds daarover inlicht, wordt de kinderbijslag zonder onderbreking uitbetaald.
  • Als het inkomen van de student-zelfstandige in 2017 hoger ligt dan € 6.648,12, zal het kinderbijslagfonds de betalingen opschorten en moet de student een verklaring op eer afleggen over het aantal uren die hij per kwartaal werkte. Als blijkt dat de student toch niet meer dan 240 uren per kwartaal heeft gewerkt, blijft hij het recht op kinderbijslag behouden. Werkte de student toch meer dan 240 uur per kwartaal, verliest hij zijn recht op kinderbijslag.

Inkomensnorm
Als de student-zelfstandige deeltijds onderwijs volgt of een werkzoekende schoolverlater is, geldt de inkomensnorm. Dat wil zeggen dat zijn of haar brutoloon, sociale uitkering, of een combinatie van beide niet hoger mag liggen dan € 530,49 per maand. Dat geldt ook als de student een stage volgt in het kader van een ondernemersopleiding of een overeenkomst heeft binnen een alternerende opleiding. In al deze gevallen vraagt uw kinderbijslagfonds sowieso een verklaring op eer over het inkomen.


Meer info: contacteer Liantis

Bron: Unizo

Sociale bijdragen & BTW

Zelfstandig in bijberoep naar hoofdberoep: impact op jouw sociale bijdragen?keyboard_arrow_down

Je bent zelfstandige in bijberoep wanneer je naast je zelfstandige activiteit ook nog minstens halftijds werkt als werknemer of ambtenaar. Geef je deze job op om meer tijd te hebben voor je zelfstandige activiteit, dan word je zelfstandige in hoofdberoep.

Doorgaans zullen je sociale bijdragen stijgen, omdat je als hoofdberoeper minstens een minimumbijdrage van € 721,89 per kwartaal betaalt. In ruil daarvoor verwerf je sociale rechten zoals de terugbetaling van gezondheidszorgen, ziekte-uitkeringen en pensioen.

Als starter betaal je een forfaitaire voorlopige bijdrage van € 721,89 per kwartaal.  Ben je daarentegen al minstens 3 volle jaren actief als zelfstandige? Dan blijft je voorlopige bijdrage, ondanks je overstap naar hoofdberoep, doorlopend berekend op je inkomen van 3 jaar geleden. Hou er rekening mee dat je tijdens de kwartalen in hoofdberoep minstens een minimumbijdrage van € 721,89 per kwartaal (berekend op een netto belastbaar jaarinkomen van € 13 550,50) betaalt.

Met ingang van 1 april 2018 kan je onder bepaalde voorwaarden kiezen om een lagere voorlopige bijdrage te betalen voor de eerste 4 kwartalen waarin je zelfstandige in hoofdberoep bent. Dit geldt zowel voor “echte” starters als voor bijberoepers die de overstap maken naar hoofdberoep. De verlaagde minimumbijdrage bedraagt € 372,79 per kwartaal (berekend op een netto belastbaar jaarinkomen van € 6 997,55).

Uiteindelijk zal de voorlopige bijdrage herzien worden op basis van je inkomen van het jaar zelf, rekening houdend met bovenstaande minimumdrempels.

Verwacht je een stijging van je inkomen nu je je volledig focust op je zelfstandige activiteit? Dan kan je er onmiddellijk voor kiezen om een hogere voorlopige bijdrage te betalen. Zo hoef je in de toekomst geen hoge regularisatiebijdrage op te hoesten.

Meer info? Check www.liantis.be

Bron: Unizo

Welke sociale bijdrage moet je als zelfstandige betalen?keyboard_arrow_down

De sociale bijdrage is een percentage van het netto belastbaar beroepsinkomen als zelfstandige van het bijdragejaar zelf.

Al naargelang je soort aansluiting (hoofdberoep, bijberoep, ...) rekent jouw sociaal verzekeringsfonds je elk kwartaal sociale bijdragen aan. Hoewel de bijdrage verschilt per soort aansluiting en afhankelijk is van je inkomen, zijn er een aantal basisprincipes bij de bijdrageberekening.

Berekening sociale bijdragen

Je bent voor elk kwartaal van beroepsactiviteit als zelfstandige een sociale bijdrage verschuldigd. Er zijn 4 kwartalen per kalenderjaar (januari – maart, april – juni, juli – september, oktober – december). Start je in de loop van een kwartaal, dan ben je voor het gehele kwartaal een bijdrage verschuldigd.


Bijdragen zijn per kwartaal verschuldigd

Je sociale bijdragen worden berekend als een percentage van je netto belastbaar beroepsinkomen als zelfstandige.

Dit netto belastbaar inkomen verkrijg je door je bruto inkomsten te verminderen met de beroepskosten, al je betaalde sociale bijdragen (en - indien aan de voorwaarden voldaan is - ook de bijdragen betaald in het kader van Vrij Aanvullend Pensioen) en je verrekenbare verliezen. Het resultaat van deze berekening is je netto belastbaar inkomen als zelfstandige. Op dit inkomen berekent het sociaal verzekeringsfonds je sociale bijdragen. Je hoeft ons deze inkomsten niet zelf door te geven: wij ontvangen deze inkomsten van de belastingadministratie. 

Belangrijk is dat je bijdragen voor elk kwartaal waarin je actief bent als zelfstandige berekend worden op je inkomen op jaarbasis. Ben je maar 1, 2 of 3 kwartalen actief in een bepaald jaar, dan wordt je inkomen – voor berekening van je bijdragen voor deze 1, 2 of 3 kwartalen – omgezet naar een jaarinkomen ("proratisering").

Berekening sociale bijdragen op basis van je netto belastbaar beroepsinkomen

Je definitieve bijdragen van een bepaald jaar worden berekend op je zelfstandig beroepsinkomen van dat bepaald jaar. Omdat dit inkomen pas later wordt vastgesteld, rekenen we  in eerste instantie een voorlopige bijdrage aan. Om je voorlopige bijdrage te berekenen, maken we gebruik van je inkomen van 3 jaar terug. Ben je nog geen 3 jaar actief als zelfstandige, dan rekenen we je een voorlopige bijdrage aan berekend op een fictief inkomen.

De berekeningsbasis voor de sociale bijdrage is het netto belastbaar beroepsinkomen als zelfstandige. Dit is het netto belastbaar inkomen zoals vermeld op jouw aanslagbiljet in de personenbelasting. Dit betekent dat alleen de belastingadministratie bevoegd is om jouw inkomsten vast te stellen.

Van zodra we van de belastingadministratie je definitieve inkomen meegedeeld krijgen, herzien we je voorlopige bijdragen. Je betaalt dus voor elk kwartaal waarin je actief bent altijd eerst een voorlopige bijdrage, die (2 à 3 jaar) later herzien wordt op basis van je inkomen naar een definitieve bijdrage.

Er is 1 uitzondering op de herziening van voorlopige bijdragen voorzien, namelijk voor zelfstandigen die met pensioen gaan en alle activiteiten definitief stopzetten. Zij kunnen ervoor kiezen om na de pensionering geen herzieningen meer te ontvangen.

Jaarbijdrage is per kwartaal verschuldigd – het bedrag is afhankelijk van je bijdragecategorie en je inkomen

Rekening houdend met je aansluitingscategorie (hoofdberoep, bijberoep, …) en je inkomen, wordt de overeenstemmende jaarbijdrage uitgerekend. Deze wordt door 4 gedeeld om de kwartaalbijdrage te bekomen. De kwartaalbijdrage wordt verhoogd met een administratiekost.

Aanrekening wettelijk verhogingen bij niet tijdige betaling van je sociale bijdragen

De betaling van de sociale bijdragen raakt de openbare orde; niet of laattijdige betaling leidt dan ook tot het 'van rechtswege' (dit is zonder voorafgaande verwittiging aan de zelfstandige) aanrekening van de wettelijke verhogingenop het deel van de bijdragen dat op de vervaldatum onbetaald bleef.

Tip: Zorg dat je bijdragen tijdig op onze rekening staan. De bijdrage wordt als betaald beschouwd op de dag waarop het bedrag ervan op de rekening van je sociaal verzekeringsfonds staat. Betaal dus steeds enkele dagen voor de vervaldatum, zodat je storting tijdig op de rekening komt. Maak het jezelf makkelijk en gebruik een opdracht tot domiciliëring van je sociale bijdragen! 

Meer info: contacteer Liantis

Bron: Unizo

Welke BTW verplichtingen moet ik volgen als zelfstandige?keyboard_arrow_down

Als zelfstandige of ondernemer krijgt u ongetwijfeld te maken met btw. De btw is een belasting op goederen en diensten die door de eindverbruiker wordt gedragen en die stapsgewijs, bij elke stap in het productie- en distributieproces, wordt geïnd. De btw is dus de toegevoegde waarde die bij elke stap wordt belast.

Wat betekent dat concreet?

  • Als zelfstandige of ondernemer bent u in de meeste gevallen btw-plichtig. Dat betekent dat u btw moet aanrekenen op de facturen voor uw klanten.
  • De btw die u zelf moet betalen (omdat u ook zelf goederen of materialen of diensten moet aankopen voor uw zaak), mag u in mindering brengen van de btw die u van uw klanten hebt ontvangen. Dat noemt men de btw-aftrek.
  • U moet bij de overheid een periodieke btw-aangifte indienen, waarin u zowel de ontvangen als de betaalde btw aangeeft. Het verschil tussen de btw die u ontving en de btw die u zelf betaalde, stort u door aan de btw-administratie.

Btw aanrekenen

Als zelfstandige, zowel in hoofdberoep als in bijberoep, moet u btw aanrekenen op de facturen die u aan uw klanten aanrekent. Welk btw-tarief u moet aanrekenen, wordt bepaald door wat er wordt verhandeld. In principe zijn alle prestaties (levering van diensten of goederen) btw-plichtig, maar er zijn enkele uitzonderingen. Het gaat om sommige vrije beroepen en beroepen met een sociaal of cultureel karakter, zoals:

  • (tand)artsen
  • acteurs
  • kinesitherapeuten
  • vroedvrouwen ...

Deze beroepen hoeven geen btw aan te rekenen. Om zeker te weten of u al of niet btw-plichtig bent, kunt u het best uw plaatselijke btw-kantoor om raad vragen.

Bijzondere regelingen

Omdat de normale btw-regeling voor kleine ondernemingen een hele opgave kunnen betekenen, bestaan er voor hen bijzondere regelingen die hun fiscale verplichtingen kunnen verlichten. Ze hebben de keuze tussen zo'n bijzondere regeling of de normale regeling. De bekendste zijn:

  • de forfaitaire btw-regeling: voor sommige sectoren en beroepen mag de btw forfaitair berekend worden op basis van aankopen of uurtarieven, en dus niet op basis van facturen. U kunt voor het forfaitaire btw-stelsel kiezen als
    • uw onderneming een natuurlijke persoon, bvba of vof is
    • minstens 75 procent van de omzet moet bestaan uit handelingen waarvoor geen factuur moet worden uitgereikt;
    • de jaarlijkse omzet, exclusief btw, mag niet meer bedragen dan 750.000 euro.
  • de vrijstelling van btw bij lage omzet: u kunt ervoor kiezen geen btw aan te rekenen als uw omzet minder dan 25.000 euro bedraagt. Daartegenover kan de belastingplichtige in geen enkel geval de btw die hij aan zijn leveranciers heeft betaald, in aftrek brengen. De btw-vrijstellingsregeling is populair bij mensen die zelfstandig zijn in bijberoep.
    Als u voor de btw-vrijstellingregeling kiest, betekent dat concreet dat u:
    • geen btw aanrekent aan uw klanten
    • geen btw betaalt aan de overheid
    • geen periodieke btw-aangifte indient.

Periodieke btw-aangifte indienen

Als u zelfstandige wordt, moet u een btw-identificatie aanvragen. Uw plaatselijke btw-kantoor kan u daarbij helpen. U hebt daarvoor uw ondernemingsnummer nodig. Vul het formulier ‘Aanvraag tot identificatie voor btw-doeleinden bij aanvang van een activiteit’ in en stuur het op naar uw btw-kantoor.

Daarna, als u als zelfstandige aan de slag bent, moet u een periodieke btw-aangifte indienen bij de overheid. Afhankelijk van de aard en de omzet van uw onderneming dient u uw btw-aangifte maandelijks of driemaandelijks in. Voor de meeste starters is de btw-aangifte driemaandelijks, omdat hun omzet lager ligt dan een miljoen euro.

  • In de btw-aangifte geeft u de btw aan die u hebt ontvangen van uw klanten.
  • U vult ook het bedrag van btw in dat u aan leveranciers hebt betaald voor prestaties of goederen die direct met uw handelsactiviteit te maken hebben. De betaalde btw mag u in mindering brengen van de ontvangen btw.
  • Het resterende bedrag betaalt u aan de btw-administratie.

U dient uw periodieke btw-aangifte elektronisch in via de Intervat-toepassing, een online toepassing van de btw-administratie. Als dat niet mogelijk is voor u, kunt u een papieren aangifte indienen. Daarvoor moet u een schriftelijke motiveringsbrief bezorgen aan uw btw-controlekantoor. Daar moet u dan blanco aangifte-formulieren aanvragen en die ingevuld naar het scanningcentrum sturen.

Het is zeer belangrijk dat u de btw-aangifte correct invult. Neem daarom bij twijfel contact op met het plaatselijke btw-kantoor. Doe dat ook als u niet zeker weet welk btw-tarief u moet hanteren. Het is ook nuttig dat u voor het invullen van de btw-aangifte een beroep doet op een boekhouder of een accountant. Zeker omdat foute en/of laattijdige aangiften tot fikse boetes kunnen leiden, die een flinke streep door de rekening van een zelfstandige kunnen betekenen.

Jaarlijkse klantenlisting

De btw-administratie vraagt ook dat u jaarlijks een lijst van belastingplichtige klanten ('klantenlisting‘) indient. De klantenlisting is een lijst van de Belgische btw-nummers van uw klanten aan wie uw onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar voor een totaalbedrag van meer dan 250 euro (exclusief btw). U moet de klantenlisting elk jaar indienen voor 31 maart.

Sinds 1 juli 2016 hoeft u niet langer een jaarlijkse klantenlisting in te dienen als uw zaak onder de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen valt.

Als uw onderneming periodieke btw-aangiften moet indienen, moet u in principe de klantenlisting elektronisch indienen via Intervat. Als u uw periodieke btw-aangiften op papier indient, kunt u dat op dezelfde manier doen voor de klantenlisting. U moet het formulier aanvragen bij uw btw-kantoor en het indienen bij het scanningcentrum.

Bron. Vlaanderen.be

Vennootschapsvormen

Welke vennootschapsvorm kies ik?keyboard_arrow_down

Je hebt het juridische statuut van uw onderneming gekozen en je hebt besloten om een vennootschap op te richten. Het volgende wat je dan moet doen, is een passende juridische vorm kiezen. Deze keuze is belangrijk voor de verdere toekomst van jouw onderneming. Je doet er dan ook goed aan advies te vragen aan deskundigen zoals een notaris, een jurist, een boekhouder, een fiscalist, een bedrijfsrevisor, ...

Welke zijn de meest voorkomende vennootschapsvormen?


De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba) wordt over het algemeen beschouwd als de meest geschikte rechtsvorm voor een klein of middelgroot bedrijf.

  • Voor de oprichting ervan volstaan twee personen, behalve in het bijzondere geval van de eenpersoons-bvba die door één vennoot opgericht wordt.
  • De bvba heeft een eigen rechtspersoonlijkheid en is dus als rechtspersoon een andere persoon dan de vennoten of de enige vennoot. Ze heeft ook een eigen vermogen.
  • Het is een besloten vennootschap: de aandelen zijn op naam (de houder is geregistreerd, zodat kan worden nagaan aan wie de aandelen behoren) en de mogelijkheden om deze aandelen over te dragen zijn beperkt.
  • De bvba is beperkt aansprakelijk. Dit houdt in dat de vennoten zich enkel verbinden tot hun inbreng. In geval van faillissement kunnen de schuldeisers het privévermogen van de vennoten niet aanspreken. Op dit principe bestaan er echter uitzonderingen voor de vennoten die de oprichtende vennoten zijn.
  • De statuten moeten bij notariële akte worden opgemaakt.
  • Het startkapitaal bedraagt minstens 18.550 euro.

De BVBA starter of s-BVBA

De s-bvba wordt gecreëerd om starters te helpen die over onvoldoende financiële middelen beschikken om hun vennootschap op te richten.

  • Het gaat om een vennootschapsvorm die uitsluitend voorbehouden is voor natuurlijke personen.
  • Het theoretische minimumkapitaal is vastgesteld tussen 1 euro en 18.550 euro (minimumkapitaal vereist voor een “klassieke” bvba).
  • Het financiële plan moet “voor gezien” worden ondertekend door een lid van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten (BIBF), het Instituut van de Accountants en de Belastingsconsulenten (IAB) of het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR).
  • De s-bvba mag geen 5 % of meer aandelen bezitten in een andere vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
  • Ze mag geen voltijds equivalent van vijf werknemers hebben, anders wordt ze een klassieke bvba.
  • Ze moet het woord “Starter” toevoegen aan elke vermelding van haar juridische vorm, zodat er geen enkele verwarring mogelijk is over het bedrag van het maatschappelijk kapitaal. Deze vermelding moet worden behouden, zolang de vennootschap haar kapitaal niet verhoogt naar dat van de klassieke bvba.

De naamloze vennootschap 

De naamloze vennootschap (nv) wordt gekozen als vennootschapsvorm voor grote ondernemingen, maar ook voor kmo's. Deze vennootschapsvorm is te verkiezen wanneer veel kapitaal nodig is, want de nv kan beroep doen op nieuw, vreemd kapitaal of kan de spaarders aanspreken. De onderneming kan zo snel groeien.

  • Bij de naamloze vennootschap ligt het accent voornamelijk op de kapitaalsinbreng van de vennoten (minimum twee).  
  • Die vennootschapsvorm biedt het voordeel dat de onderneming volledig gescheiden is van haar aandeelhouders. Hun aansprakelijkheid is dus beperkt tot hun inbreng. De aandelen kunnen over het algemeen gemakkelijk en zonder beperking overgedragen worden. Het is een vennootschapsvorm die minder een familiaal karakter heeft.
  • De nv moet bij notariële akte opgericht worden. Haar startkapitaal is minstens 61.500 euro. Maar weinig ondernemers beschikken van bij de start van hun bedrijvigheid echter over een dergelijk bedrag. Bovendien kunnen de administratieve verplichtingen te zwaar zijn voor kleine structuren (raad van bestuur, algemene vergadering).

De coöperatieve vennootschap

Er bestaan twee soorten coöperatieve vennootschap:

  • de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa);
  • de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba).

De cvoa is een soepele rechtsvorm waarvoor noch een notariële akte, noch een minimumkapitaal vereist is. De vennoten zijn solidair aansprakelijk voor de verplichtingen die hun vennootschap aangaat. De cvba heeft een beperkte aansprakelijkheid, maar er gelden striktere werkingsregels.

Meer informatie over de coöperatieve vennootschappen.

De vennootschap onder firma

De vennootschap onder firma is een personenvennootschap waarvan het maatschappelijke doel bestaat uit een burgerlijke of commerciële activiteit onder een firmanaam.

  • De wet legt geen minimumkapitaal op. 
  • Het bestaan ervan is gebonden aan het lot van de vennoten. 
  • Het is een vennootschapsvorm met weinig formaliteiten, maar doordat de vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk blijven voor de verbintenissen van de vennootschap, wordt ze weinig gebruikt.

De gewone commanditaire vennootschap

De gewone commanditaire vennootschap (gcv) heeft werkende en stille vennoten.

  • De werkende vennoten nemen deel aan het bestuur. 
  • De stille vennoten zijn geldschieters maar hebben geen inspraak in het bestuur. 
  • De wet legt geen minimumkapitaal op.
  • Alleen de werkende vennoot is met zijn vermogen onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden en verliezen van de onderneming. De stille vennoot is alleen aansprakelijk ten belope van zijn inbreng, tenzij hij de vennootschap heeft (mee)bestuurd.

De commanditaire vennootschap op aandelen

De commanditaire vennootschap op aandelen is een variante van de gewone commanditaire vennootschap. Zij verenigt twee soorten vennoten, namelijk:

  • de werkende vennoten uit wie de bestuurders van de vennootschap worden gekozen;
  • de stille vennoten die het kapitaal inbrengen en aandeelhouders zijn.

Die vorm vergt ook een notariële akte.

Bron: FOD Economie

Belangrijk om weten

GDPR wetgevingkeyboard_arrow_down

De General Data Protection Regulation (GDPR) of de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is een geheel van regels om de gegevens van Europese burgers beter te beschermen. De wetgeving werd op het einde van vorig jaar goedgekeurd, en bestaat uit twee delen: de Regulation, die van toepassing is op de bedrijfswereld, en de Directive, voor overheidsdiensten zoals politie en justitie.

Beiden treden ze in mei 2018 officieel in werking; de komende twee jaar zullen fungeren als een overgangsperiode.

Waarom werd de Europese wetgeving rond databescherming veranderd? 

De GDPR is in feite het resultaat van een herziening van de Europese wetgeving uit 1995; de Data Protection Directive. Die wetgeving werd door elke lidstaat op een andere manier geïnterpreteerd, wat uiteindelijk leidde tot fragmentatie en onduidelijkheid. Daarnaast had de wetgeving nood aan modernisering om ontwikkelingen zoals de cloud en sociale media – en de enorme hoeveelheden data die daarmee gepaard gaan – het hoofd te bieden.

Wat betekent de GDPR voor bedrijven?

Op 25 mei 2018 zullen bedrijven die persoonsgegevens verzamelen, volledig moeten voldoen aan de nieuwe set regels van de GDPR. Met persoonsgegevens wordt alle informatie bedoeld waarmee iemand geïdentificeerd kan worden: een naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, foto, en vele andere factoren. Hier lees je wat nu wel en niet als persoonsgegeven wordt beschouwd.

De voornaamste vernieuwingen in de GDPR draaien rond vier pijlers:

1. Transparantie: Bedrijven moeten burgers informeren over hoe de data wordt verzameld en verwerkt, en dat op een begrijpelijke manier.

2. Data-overdracht: Burgers zullen hun gegevens kunnen overdragen van de ene dienstverlener naar de andere, bijvoorbeeld om van telecomoperator te wisselen.

3. Recht om vergeten te worden: Bedrijven moeten persoonsgegevens kunnen wissen als de persoon in kwestie daarom vraagt, en als er geen geldig tegenargument gegeven kan worden – ook als de data inmiddels gedeeld is met derde partijen.

4. Meldplicht bij datalekken: Bedrijven zijn verplicht een datalek te melden binnen de 72 uur, tenzij kan worden aangetoond dat het lek geen gevaar is voor de verzamelde persoonsgegevens.

Om die regels na te leven, moeten bedrijven exact weten waar ze persoonsgegevens verzamelen, en hoe deze beschermd en verwerkt worden. Daarom is het voor bepaalde bedrijven aangeraden om een data protection officer aan te nemen; iemand die instaat voor de handhaving van de GDPR binnen het bedrijf.


Wat zijn de voordelen?

De GDPR kan rekenen op heel wat kritiek, maar uiteindelijk zijn er ook voordelen aan verbonden. De eenmaking van een versnipperd legaal raamwerk bijvoorbeeld. Dankzij de uiteenlopende interpretatie van de vorige wetgeving, moesten bedrijven voorheen rekening houden met 28 verschillende raamwerken rond databescherming. Binnenkort zorgt de GDPR voor één legaal kader dat in heel Europa geldt. Zo wordt het gemakkelijker voor kmo’s om de activiteiten in het buitenland uit te breiden, aangezien ze geen rekening moeten houden met een andere wetgeving.

Bovendien kan de GDPR bedrijven op die manier collectief zo’n 2,3 miljard euro per jaar kunnen besparen; geld dat normaal naar advocaten en consultants zou gaan om wijs te geraken uit de verschillende wetgevingen.

Wat gebeurt er als de GDPR niet wordt nageleefd?

Bedrijven die aan de GDPR verzuimen, kunnen zware repercussies verwachten. Zo wordt er in de GDPR gewag gemaakt van verschillende boetes. Wanneer de verzamelde data niet correct wordt beheerd, een serieus datalek niet wordt gemeld of het bedrijf geen risico-assessment houdt, kan de boete oplopen tot 2 procent van de jaarlijkse omzet. Voor ernstige misstappen kan dat bedrag stijgen tot maar liefst 4 procent van de omzet, met een maximum van 20 miljoen euro.

Bron: Smartbiz

Privacy wetgevingkeyboard_arrow_down

De privacywetgeving heeft betrekking op specifieke informatie, namelijk persoonsgegevens. Een persoonsgegeven is iedere informatie betreffende een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks geïdentificeerd kan worden.

Als u persoonsgegevens wilt verwerken, moet u de verwerking officieel aangeven. Maar wat betekent ‘verwerken’ precies? Met gegevensverwerking bedoelt men 'elke mogelijke bewerking die op die gegevens wordt uitgevoerd, zoals verzamelen, bewaren, gebruiken, wijzigen en meedelen'. Aan deze verwerking zijn echter een aantal voorwaarden verbonden, zeker wanneer het gaat om gevoelige gegevens.

Ben je zelfstandige of een vennootschap en bezorg je producten of diensten aan je klanten dan ben je heden verplicht jouw privacy policy te publiceren op jouw website! Vergeet dit niet!

Algemene voorwaardenkeyboard_arrow_down

Verkoop je producten of diensten dan is het aangewezen om jouw Algemene voorwaarden te vermelden op jouw website. Op al jouw facturen is het ook aangewezen deze bij te vermelden of naar te verwijzen.

In de Algemene voorwaarden bepaal jij de contractuele voorwaarden die voortvloeien uit een aankoop van producten of diensten. Het is een middel waar je op kan terugvallen wanneer er een dispuut zou zijn.

In het slechtste geval, wanneer je geld moet gaan vorderen van jouw klanten via een incasso bureau, en juridische  stappen, zal men hier ook achter vragen. 

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x